Zie af van compensatie en geef het door. Steun de club! Klik hier.

‘Steward word je niet, dat ben je’

‘Ze hebben joe flitst, mienjong.’ De waarschuwende woorden van Moeke echoën zestien jaar na dato nog steeds na in mijn hoofd. Een paar minuten later stormen een aantal stillen de trap van ZI en ZJ op om mij in te rekenen. Een fakkel afsteken mag namelijk niet.

Tekst en foto’s: Willem Groeneveld

Dat weet Moeke als geen ander, maar ze weet ook dat jonge gastjes met grote monden niet altijd de straffe hand nodig hebben. Beetje erkenning en praten met ze, doet vaak meer dan een reprimande of een slag met de gummiknuppel. Daarom is Moeke ook enorm geliefd in de jaren negentig en begin deze eeuw. Ze is steward op één van de lastigste tribunes in het Oosterpark, maar geniet respect van bijna iedereen. Alleen intern valt ze niet altijd goed, omdat ze het altijd voor ‘haar jongens’ opneemt. Niet alleen in woord, ook in gebaar.

Moeke heet eigenlijk Dievertje Bloem, is tachtig jaar en komt uit een echt stewardgezin, woonachtig in Muntendam. Haar man Jurjen Bloem is inmiddels 81, was altijd steward bij het uitvak en ging net als Moeke mee naar uitwedstrijden. Op hun zeventigste moeten ze stoppen omdat de regels van de KNVB dat voorschrijven. Zoon Paul van vijftig is sinds zijn achttiende steward, althans hij was steward tot begin dit seizoen. Voorafgaand aan dit seizoen moet hij op kantoor komen bij FC Groningen. Vanwege gezondheidsoverwegingen wordt besloten dat Paul beter kan stoppen met het werk als steward. Dat doet pijn bij het gezin. Alle drie hebben een seizoenkaart voor het leven gekregen van de FC.

Diepe band met de FC
We zitten met zijn vieren in het kleine arbeidershuisje van Paul in Muntendam. Pa en moeke wonen een paar straten verderop. Paul is een enorme goedaardige beer en zit samen met Moeke op de bank. Pa zit in een stoel en ik ook. De tv staat op Lingo, maar wordt uitgezet als we beginnen met het interview.

Dievertje Bloem, Jurjen Bloem en Paul Bloem.

In de gang pronken twee FC Groningen-voetballen op de kast. Ondanks het verplichte afscheid is de liefde niet bekoeld. De band met FC Groningen gaat dan ook diep. Samen hebben ze meer dan 82 jaar bij de club doorgebracht. Moeke en Jurjen waren 45 jaar toen ze hun eerste wedstrijd bezochten als steward. ‘Een vriendin zei dat het wel wat voor mij was. Nou, ik heb de eerste wedstrijd amper wat gezegd’, haalt Moeke haar herinneringen op.

Ze wordt na een paar jaar losgelaten bij de harde kern. De gasten willen weten wie de nieuwe steward is en komen één voor één bij Moeke langs. ‘Wel benn joe dan?’, vragen ze. En ze willen weten waar ze woont. ‘Wadan, wilst bie mie op visite?’, snauwt Moeke terug. In de jaren die volgen bouwt ze per wedstrijd een hechtere band op met de supporters. Al snel krijgt ze liefkozend de bijnaam ‘Moeke’ en jonge gastjes wordt geleerd dat ze altijd respect moeten hebben voor haar. En belangrijker: als Moeke wat zegt, moet het gebeuren.

Als een leeuwin
De jongens, zoals Moeke de supporters liefkozend blijft noemen, krijgen vrijheid en bescherming van haar. Dat gaat soms best ver. Moeke kan zich als een leeuwin voor haar welpen werpen. Zo laat ze sommige gasten stiekem verdwijnen op de tribune door een hek open te zetten. Zo is er een keer dat jong uit Winschoten dat veel te smoor op de tribune staat. Andere stewards willen hem eruit gooien, maar daar wil Moeke niks van weten. Ze neemt de jongen even apart en vraagt wat er aan de hand is. Dan komt het verhaal eruit: zijn vriendin heeft het net uitgemaakt. De kerel is helemaal van het padje af en zoekt troost in drank.

Moeke zorgt ervoor dat hij er niet wordt uitgezet en geen stadionverbod ontvangt. Ze houdt hem wel de rest van de wedstrijd en seizoenen streng in de gaten. Als er wat is, ziet ze het direct en knoopt ze een praatje aan. Na het akkefietje is de jongen nooit meer vervelend geweest. ‘Ik kwam hem laatst nog tegen met een nieuwe vrouw en kinderen, hij liep direct op me af en vroeg ik hem nog kende. Tuurlijk, zei ik. Hij bedankte me voor die ene keer in het Oosterpark, hij was het nooit vergeten.’

Moeke: Ik weet van niks. Zie jij hem? Nee, ik ook niet

Ontsnappen via de patatkraam
Direct na deze anekdote schiet een ander verhaal haar binnen. Ze stond op ZI en ZJ in Oosterpark. Beneden op Zuid stond een gast die gezocht werd door de beveiliging. Hij klopt bij Moeke aan en vraagt of ze hem kan helpen. ‘Ik zei tegen de patatbakker, die met zijn kraam bij het hek stond, dat hij zijn deur even moest openen, zodat die jongen erdoor kon, naar boven toe.’ Moeke belooft plechtig op de jongen te letten en de patatboer kan niet anders dan het verzoek honoreren, want Moeke wil je niet kwaad krijgen. De jongen floept door de deur naar de andere tribune en verdwijnt in de massa. Even later komt het hoofd van de beveiliging bij Moeke en vertelt dat-ie van de escape heeft gehoord. Hij vraagt waar die jongen nu is. Moeke antwoordt: ‘Ik weet van niks. Zie jij hem? Nee, ik ook niet.’

Als jonge gastjes stiekem drank of een jointje hebben meegenomen de tribune op, knijpt Moeke een oogje dicht. Als er geblowd wordt in de supportersbus, wordt Moeke wel kwaad, maar ze zal de daders nooit aangeven bij de club. Liefde werkt beter dan straffen en een gesprek sorteert meer effect dan een reprimande, schrijft haar handboek voor. En het werkt.

Moeke bouwt met de grootste hooligans en fanatiekste supporters een goede band op. Bij haar mag veel, ze begrijpt de jongens en kan een eind met hen meegaan. Maar nee is ook echt nee. Dan valt er niet met de dame te spotten. Best opmerkelijk, als je het postuur van haar kent. Moeke is een kleine en tengere vrouw, maar met een bek als een scheermes en ze windt er geen doekjes om. Daar weet Hans Nijland alles van, die werd regelmatig door Moeke met ferme taal aangesproken op het voetbal en supportersbeleid. Daar deugde vaak weinig van, vond Moeke.

Kennismaken met Gudde
Wouter Gudde heeft inmiddels ook kennis met haar gemaakt. ‘We waren laatst in het Steward-home, daar liep Gudde rond. Ik vroeg aan iemand wie dat was. Onze nieuwe directeur, werd me verteld.’ Zonder nadenken stormt Moeke op Gudde af. Ze tikt hem op de schouder en vraagt: ‘Wel bin joe?’ Enigszins overrompeld stelt Gudde zichzelf voor. Direct daarna vuurt Moeke de volgende opmerking op hem af: ‘Du waist nait woar doe aan begint.’ En ze loopt zo weer weg, Gudde verbouwereerd achterlatend.

Je houdt van haar, of je moet niets van haar hebben. Jurjen en Paul houden van haar. Instemmend knikkend, als ze aan een nieuwe anekdote begint over een van de hooligans waar ze zo goed mee is of over hoe anders het tegenwoordig allemaal gaat. Maar er zijn ook genoeg mensen die haar haten. Dat zijn vooral mensen op kantoor, denkt ze. ‘Van die pennenlikkers die de regels veel te strak hanteren. Daardoor is het allemaal veel onpersoonlijker geworden.’ Er is volgens Moeke weinig ruimte meer voor de menselijke maat en dat wordt ook niet geleerd bij de opleiding tegenwoordig. ‘Steward word je niet, dat ben je.’