Zie af van compensatie en geef het door. Steun de club! Klik hier.

‘Thuis heb ik wel een tuin, maar daar zitten tegels in’

Jan van de Velden reisde de hele wereld over, maar voelt zich nergens zo thuis als op het Groningse gras. Dat van de Groene Kathedraal welteverstaan, want de groundsman van FC Groningen zorgt ervoor dat de spelers daarop hun kunsten kunnen vertonen. Een interview met een clubman die geobsedeerd is door gras, maar nog niet alle geheimen ervan heeft ontrafeld.

Tekst: Robert Visscher

Tweewekelijks kijken miljoenen mensen naar de groene sprieten waar Jan Van de Velden dagelijks mee bezig is. Topspelers als Virgil van Dijk, Luís Suarez en Dusan Tadic trapten al tegen de bal op het veld, dat Van de Velden onderhoudt. Als groundsman is hij er verantwoordelijk voor dat het gras in de Groene Kathedraal er goed bijligt.

Weerbericht als leidraad

Sinds 2011 is de groundsman bij de FC in dienst, daarvoor werkte hij al als vrijwilliger. Dagelijks breekt Van de Velden met zijn team het hoofd over de beste aanpak om het gras zo sterk mogelijk te maken. Neem de kou die er nu in de winter is, die vergt een andere aanpak dan in de zomer. ‘Ik kijk de hele dag door naar het weer. Welke temperatuur wordt het? Verwachten we regen? Want als dat het geval is, dan kun je veel minder doen.’

Na de zomer groeit het gras veel minder hard. Dat komt onder andere omdat er minder zonlicht is. De toplaag van de mat heeft daar onder te leiden. ‘Die slaat dicht en dan bestaat het gevaar dat het glad wordt. Dan verliezen spelers hun grip en dat moet natuurlijk niet. Daarom maken we het veld nu regelmatig wat luchtiger.’

Jan van de Velden houdt zich bezig met de grasmat in de Euroborg (© Erwin Otten)

Dat gebeurt met een zogeheten beluchtingsmachine, die wel wat weg heeft van een grote grasmaaier. Deze machine maakt met pennen gaten tot zo’n 15 centimeter diepte in de grond. ‘Daardoor open je de mat. Het voorkomt ook dat er plassen op komen te staan. Daarnaast strooien we nog vaak zand om gladheid tegen te gaan.’ Het is welhaast alsof het gras dan weer kan ademen en niet in een glibberige ijsbaan verandert.

Omdat er vanaf het najaar minder zonlicht is, helpen Van de Velden en zijn team de natuur soms een handje met extra verlichting. De mat ligt natuurlijk ook voor een groot deel in de schaduw door de twee torens vlak buiten het stadion. Met tenten waar speciale lampen in zitten krijgen de sprieten extra licht, waardoor ze toch stevig blijven en wat kunnen groeien. 

Grasmeter

Naast het weer moet Van de Velden natuurlijk ook rekening houden met de wedstrijddagen. ‘Daar werken we naar toe. We laten het veld eerst even tot rust komen en dan voegen we mest toe of beluchten we. Maar dat kan niet te dicht op een wedstrijd, omdat de mat daar ook weer van moet herstellen.’ En zo gaat Van de Velden met zijn team, waaronder twee assistenten, een stagiair en vrijwilligers, voortdurend na wat de beste aanpak is.

In het stadion en op de trainingsvelden ligt hetzelfde gras, zodat onze spelers gewend raken aan voetballen op dezelfde ondergrond

Sinds 2016 heeft FC Groningen de zogeheten grasmaster in het stadion liggen. Dat is een hybride mat, waarbij de wortels van het gras om de vezels gaan zitten. ‘De vezels worden er om de twee centimeter zo’n achttien centimeter diep in geprikt. In totaal zit er zo’n zes procent aan vezels in het veld verwerkt.’

Daardoor zit het gras veel steviger vast en is er minder schade na een wedstrijd. Want dat laatste zorgt voor veel groundsmen voor flinke hoofdpijn. Precies bij het voetbal waar Groningers veel van houden, zoals het maken van tackles, stevig de duels in gaan en hoog springen om de bal te koppen, is funest voor het gras. Het laat strepen, kuilen en andere oneffenheden achter.

Jan van de Velden houdt zich nauwkeurig bezig met het kalken van de lijnen (© Erwin Otten)

Met de grasmaster is dat minder snel het geval. En dat scheelt na afloop flink. Het gras herstelt ook sneller. Wel is het nodig om meer zand te strooien, dan bij een normaal veld. Maar dat vergt niet ontzettend veel onderhoud, geeft de groundsman aan. Op de trainingsvelden op Corpus den Hoorn ligt dezelfde mat. ‘En dat is belangrijk, want daardoor spelen de voetballers als het ware altijd op dezelfde ondergrond en raken ze daar aan gewend.’

De nieuwe grasmaster zorgt er in ieder geval voor dat Van de Velden minder snel kans heeft op de nachtmerrie van iedere groundsman: het beruchte polletje gras dat uitsteekt, waardoor een terugspeelbal over de voet van de keeper heen wipt en in het eigen doel belandt. ‘Daar liggen doelmannen wel eens wakker van, maar mensen die aan het gras werken natuurlijk ook. Het is één van de redenen dat we in de pauze altijd even het gras nalopen en polletjes terugdrukken.’

Geniepige trucjes

Veel verhalen doen de ronde over handige en ook wel geniepige trucjes om via het gras de tegenstander te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door het gras extra lang te laten als een tegenstander op bezoek komt die meer balbezit heeft. Want over langer gras rolt de bal minder snel, waardoor combineren moeilijker wordt. Van de Velden wil daar niets van weten. ‘Je kunt er dan net zo goed je eigen voetballers mee hebben, want die moeten ook combineren. Beide teams hebben voordeel van een goede mat, dus daar gaan we iedere keer weer voor. Ik geloof niet dat wij echt een wedstrijden kunnen beïnvloeden. De spelers moeten het uiteindelijk toch zelf doen.’

Na een wereldreis voelde ik mij in Groningen direct thuis. Het nachtleven was geweldig, want er waren geen sluitingstijden

Dat Van de Velden bij FC Groningen belandde, lag niet voor de hand. De liefde voor het gras kreeg hij echter wél met de paplepel ingegoten. Als klein ventje hielp hij al zijn vader om sportvelden te onderhouden. Maar dat was nog ver van de stad Groningen, waar hij nu woont en werkt. Van de Velden groeide op in Maarssen onder de rook van Utrecht. Hij kwam pas in het Noorden terecht na een wereldreis, die hem al liftend naar India bracht.

Die trip eindigde Van de Velden met een bezoek aan de Waddeneilanden Terschelling en Schiermonnikoog.

‘Na afloop eindigde ik met een vriend in Groningen’, zegt hij. ‘Ik voelde mij er direct thuis en bleef hangen. Het nachtleven was geweldig, want er waren geen sluitingstijden. Ook de mentaliteit sprak me aan. Het is een grote stad en toch zegt iedereen elkaar gedag. Mensen zijn eerlijk en direct. Om de stad heen vond ik rust op het platteland. Ik voelde direct een saamhorigheid met de mensen om me heen. Ik had al veel van de wereld gezien, maar in Groningen voelde ik me thuis.’

En dat was ook al snel het geval bij de Trots van het Noorden. Van de Velden ging steeds vaker naar het Oosterparkstadion en zag onder meer de befaamde Europese wedstrijd tegen Atlético Madrid. De FC versloeg de Spanjaarden in 1983 met maar liefst 3-0. ‘Dat was een spektakel. We stonden schouder aan schouders tegen elkaar aan. Het stadion was ingekapseld in de wijk, dat vond ik prachtig. Zo werd FC Groningen mijn favoriete club, waar ik later ook met mijn kinderen heen ging.’

Jan van de Velden op het heilige Groninger gras (© Erwin Otten)

Geheimen

Ondertussen werkte Van de Velden als hovenier en zorgde hij voor de kinderen. Toen zij groter werden, meldde de groundsman zich aan bij FC Groningen. Eerst werkte hij er als vrijwilliger, waarbij hij onder meer in de rust polletjes terugdrukte in het veld. Vanaf 2011 is Van de Velden zoals gezegd in vaste dienst bij de FC en onderhoudt hij alle velden. Het is bijna alsof het zo zou moeten zijn, als je naar zijn achternaam kijkt.

Met zijn jarenlange ervaring als hovenier en groundsman bij de FC weet Van de Velden inmiddels vrijwel alles van het gras. Heeft het nog geheimen voor hem? ‘Jazeker. Het is een natuurproduct. Je kunt het proberen te sturen en te bewerken, maar het gaat uiteindelijk toch zijn eigen gang. Dat maakt dit vak zo mooi. Ik leer nog altijd bij. De ene keer ziet het veld er mooi uit, een dag later ontdek je een aanzet tot schimmel en moet je snel ingrijpen. Het is iedere keer weer anders.’

Van de Velden woont vlak bij de Euroborg, op nog geen twee minuten afstand. Heeft hij daar ook een mooie groene mat? Hij begint direct te lachen bij die vraag. ‘Ik heb wel een tuin, maar daar zitten tegels in. We hebben een verlengde tuinkamer, waardoor er niet zoveel ruimte is. Geen gras dus, maar dat is niet erg. Want ik heb genoeg gras om voor te zorgen.’